jelmer alberts

Blog

Blijf bouwen aan gastvrijheid!

27 Jun 2012

Blijf bouwen aan gastvrijheid

In het Parool van 5 juni gaven hoteliers aan dat er "teveel nieuwe hotels op komst zijn". De toenemende concurrentie zou de omzetten onder druk zetten en daarmee een negatieve invloed hebben op de resultaten. Wethouder Gehrels wil tegemoet komen aan hun zorgen, en dat is merkwaardig. Waarom beknot de wethouder een vrije markt? Volgens D66 moet Gehrels nu juist lef tonen en doorpakken, om drie redenen.

Dit artikel verscheen -iets ingekort- op 27 juni 2012 in de rubriek "Het Laatste Woord" van het Parool: zie onderaan.

In de eerste plaats zou de overheid zich vanuit het principe van vrije mededinging niet moeten bemoeien met een vrije markt. In zo’n markt schatten de ondernemers zélf in of de voorgenomen investering in een nieuwe hotellocatie al dan niet rendabel gaat zijn. Natuurlijk zijn er locaties waarvan het bestemmingsplan zegt dat daar geen hotels kunnen worden gebouwd, bijvoorbeeld omdat het niet in de buurt past. Maar via het vergunningenbeleid de totale hotelcapaciteit reguleren is wat ons betreft geen taak van het stadsbestuur. Wanneer een willekeurig bedrijf voor haar concurrenten drempels voor toetreding tot een markt opwerpt krijgt ze niet voor niets de mededingingsautoriteit achter zich aan.

In de tweede plaats is de kans levensgroot dat nu stoppen met bouwen over drie, vier jaar opnieuw tot grote tekorten leidt. De zogenaamde 'varkenscyclus' is een bekend economisch verschijnsel dat zich ook in de vastgoed- en hotelsector voordoet en dat inhoudt dat tekorten en overschotten elkaar afwisselen. Er verloopt immers enige tijd tussen het moment waarop tot een bepaalde investering wordt besloten (wanneer de prijzen van hotelkamers hoog liggen) en het moment waarop die investering het aanbod gaat beïnvloeden (wanneer de nieuwe hotelkamers worden opgeleverd). Maar ook andersom: er zijn vele voorbeelden waaruit blijkt dat juist in een periode waarin de vraag lager ligt, de capaciteit moet worden uitgebreid. Dat vraagt anticyclisch investeren.

Ten derde is Amsterdam vanouds berucht om haar tekort aan hotelkamers en de hoge prijzen die daar het gevolg van zijn. In de goede economische tijden lagen de bezettingsgraden zeer regelmatig boven de 80%, een getal dat in de hotellerie bekend staat als het 'probleempercentage'. Het is één van de redenen dat organisatoren van grote congressen Amsterdam vaak links laten liggen. Een stad die jaarlijks miljarden verdiend aan de uitgaven van zakelijke bezoekers en toeristen kan zich dat eigenlijk niet veroorloven.

Amsterdam heeft zich in de stedelijke Hotelnota van 2008 ten doel gesteld om het aantal hotelkamers in de stad met 9.000 uit te breiden. Op dit moment is nog niet eens de helft daarvan gerealiseerd. In Oost bijvoorbeeld lopen 18 initiatieven die samen tot meer dan 2.000 nieuwe kamers moeten leiden, bovenop de huidige 2270 kamers. Het is een belangrijk speerpunt van het Dagelijks Bestuur omdat dit het stadsdeel economische bedrijvigheid en werkgelegenheid oplevert. Bij een aantal hotels in Oost, zoals Hotel Casa 400 en nieuwkomer Eden Amsterdam Manor Hotel was de bezetting in de zomer van 2011 90% of meer. Het StayOkay draaide "een recordomzet". Volop ruimte voor groei dus, die wat Gehrels betreft nu abrupt afgesneden moet worden. 

Volgens D66 moet Amsterdam daarom blijven investeren in gastvrijheid. Een gezonde, concurrerende hotelmarkt is een zegen voor de buitenlandse bezoekers van onze stad: er vindt een gezonde prijsvorming plaats, het leidt tot concepten die meerwaarde bieden en het is een stimulans voor kwaliteit. En leidt tot een shake out onder die ondernemingen die onvoldoende meerwaarde bieden. D66 kiest ervoor om te blijven investeren in voldoende hotelkamers voor onze gasten. En pleit ervoor dat we van de stad een nog aantrekkelijker bestemming maken voor onze internationale bezoekers: een bruisende metropool met musea die open zijn, vermaarde culturele voorzieningen en 24-uurs horecavoorzieningen, om maar eens wat te noemen. Nu stoppen met uitbreiding van het aantal Amsterdamse hotelkamers betekent een fikse deuk voor de gastvrijheid van Amsterdam. 

Deze wethouder krijgt nu de kans om een aantal van haar gestelde doelen te halen en toch kiest ze ervoor genoegen te nemen met minder. Een merkwaardige keuze, met aanzienlijke economische consequenties. En dat terwijl ze toch wel eens een succesje zou kunnen gebruiken.

Het Parool-artikel (klik op het artikel voor een groter formaat):