jelmer alberts

In de Raad

Het nieuwe Welzijnsbeleid: langzaam maar zeker krijgt het vorm

18 Apr 2012

Het nieuwe welzijnsbeleid langzaam maar zeker krijgt het vorm

In de Raadscommissie Algemene Zaken en Sociaal Domein werd vanavond gesproken over de manier waarop stadsdeel Oost de €41 miljoen gaat besteden die is bedoeld voor Jeugd & Onderwijs en Welzijn & Zorg. Namens de D66-fractie heb ik benadrukt dat we naar een inzichtelijk, afrekenbaar en bestuurbaar welzijnsbeleid willen, waarbij wordt uitgegaan van de eigen kracht van mensen. Waarbij we overstappen van 'zorgen voor' naar 'zorgen dat' en we van elke uitgegeven euro de effecten kunnen meten. Het stadsdeel is een eind op de goede weg, maar de tijd begint nu wel te dringen.

Mijn spreektekst luidde als volgt: 

Voorzitter, Mijn fractie heeft de afgelopen anderhalf à twee jaar bij de behandeling van Versterking Sociaal Domein steeds op drie zaken gehamerd:

Punt 1. Werk met prestatie-indicatoren en SMARTe doelstellingen zodat we kunnen sturen op resultaten en effecten. Zodat we weten of we ons geld zinvol besteden. Dat betekent ook dat we een omslag moeten maken van aanbodgedreven naar vraaggestuurd.

Punt 2. Neem de eigen kracht van mensen als uitgangspunt. Zorg dat mensen die hulp nodig hebben weer snel op eigen kracht aan de maatschappij deelnemen en zelfredzaam zijn. Maar zorg ook voor een solide vangnet voor hen die het op eigen kracht echt niet redden.

Punt 3. Gebruik de kennis die we hebben over de sociale uitdagingen in onze wijken. Er zijn veel statistieken beschikbaar over de sociale problematiek die als uitstekende basis kan dienen voor gerichte en gedoseerde inzet van middelen.

Voorzitter, ons oordeel over de voorliggende uitvoeringsnota's: op hoofdlijnen zijn we tevreden. We zien onze visie op de Versterking van het Sociaal Domein duidelijk terug komen. Dit is een omslag in denken: van Sociaal Domein 1.0 naar Sociaal Domein 2.0. Een inzichtelijk, afrekenbaar en bestuurbaar welzijnsbeleid. 

Onze afdronk ten aanzien van de eerder genoemde drie punten is als volgt.
Ten aanzien van punt 1, een zakelijker welzijnsbeleid, zien wij een duidelijke omslag in denken. De uitvoeringsprogramma's zijn uitgewerkt in beoogde maatschappelijke effecten, effectindicatoren, resultaatindicatoren etc. Dat klinkt allemaal erg zakelijk en weinig sociaal, maar dat is het niet: op deze manier houden we goed voor ogen wat we met elkaar willen bereiken, in welke mate dat lukt en of er bijsturing nodig is. Cursussen die simpelweg geprogrammeerd werden omdat we die nu eenmaal al jaren verzorgden behoren daarmee tot het verleden. Net zoals de subsidies tot het verleden behoren die soms al jaren naar dezelfde clubs gingen, terwijl onduidelijk was wat er nu eigenlijk met dat geld bereikt werd.

Ten aanzien van punt 2, het investeren in de eigen kracht van mensen, zien we duidelijk terugkomen dat het stadsdeel de shift gaat maken van 'zorgen voor' naar 'zorgen dat'. Dat ondersteunen wij van harte, omdat het een einde maakt aan de oudlinkse gedachte dat de meeste mensen van wieg tot graf kwetsbaar en hulpbehoevend zijn en dat we die zoveel mogelijk moeten beschermen. D66 gelooft in de eigen kracht van mensen en gelooft dat zij meer gebaat zijn bij tijdelijke begeleiding naar zelfstandigheid dan bij goedbedoelde maar rolbevestigende zorgzaamheid. Als mensen na herhaalde en serieuze pogingen er niet in slagen om volledig op eigen kracht deel te nemen aan de samenleving, dan kunnen ze vertrouwen op een stevig vangnet.

Ten aanzien van punt 3, het gebruiken van de kennis over de wijken die we in huis hebben, zijn we verheugd te zien dat er uitvoeringsprogramma's per wijk zijn opgenomen. Zodat we de euro dáár besteden waar hij ook daadwerkelijk nodig is.

Maar, voorzitter, het is niet alleen goud wat er blinkt. Er zijn ook zorgen waarvan ik hoop dat de wethouder ze kan wegnemen.  Ik wil er vijf voorleggen.

Nummer 1. De wijze van SMART formuleren. Ik mis onderbouwing die het causale verband aantoont tussen de hoofddoelen, de resultaatindicatoren en de inspanningen. Waarom worden bepaalde methodes gekozen? Is er gekeken naar alternatieven? Ook zijn er een aantal SMARTe formuleringen die eigenlijk helemaal niet smart zijn: bijvoorbeeld "minder voortijdige schoolverlaters" of "het aantal voorschoolplekken neemt in de programmaperiode toe". Wordt dit nog verder uitgewerkt en zo ja, wanneer? Past dat nog wel binnen de planning?

Nummer 2. Civil society. De VSD valt of staat met de actieve betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en individuele bewoners. Hoe stimuleren we de civil society in voldoende mate actief wordt? Hoe houden we in de gaten of al die vrijwilligers zich niet over de kop werken?

Nummer 3. Transparantie. Transparantie past bij een afrekenbare overheid, die staat achter haar keuzes. Aangezien we hier te maken hebben met een budget van €41 mln, samengebracht door de NL burgers, is het niet meer dan logisch dat we zaken transparant maken en verantwoording afleggen. Kan de pfh toezeggen dat alle subsidiebeschikkingen voor eenieder vindbaar op de stadsdeelwebsite worden geplaatst? Het kan ook voorkomen dat we opnieuw worden opgeschrikt door paginagrote artikelen in de Telegraaf over relatief onschuldige zaken als een cursus hoofddoekjes vouwen.

Nummer 4. Tempo. Voorzitter, op dit punt is mijn fractie niet boos maar teleurgesteld. En van vroeger weet ik dat dat misschien nog wel erger is. Zoals ik bij de behandeling van de tussennota ook heb gezegd: het proces en de snelheid daarvan verdiend geen schoonheidsprijs en dat is dit DB aan te rekenen. Ik zal niet opnieuw functioneel boos worden zoals toen, maar de wetenschap dat dit beleid pas per 1 januari 2013 van kracht wordt waarna het zeker een jaar duurt tot het tot wasdom is gekomen betekent dat de inwoners van Oost er met een beetje geluk nog een half jaar plezier van hebben. En dat is vreemd voor een hervorming die hoog op de agenda van deze coalitie stond. Een vliegende start is dan ook essentieel: hoe gaat u dat doen?

En tot slot nummer 5. Er is al besloten dat Civic en Dynamo samen een offerte mogen indienen. Het is inmiddels half april, dat betekent dat we nog precies 8,5 maanden hebben tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe Welzijnsbeleid. De deadlines zijn dus uiterst kort, de tijdsdruk is hoog. Voorzitter, hoe gaan we dit allemaal redden? En is er nog tijd om onderdelen van de VSD toch via een openbare tender of aanbesteding in de markt te zetten?